Bestuiving
Bijen vliegen van bloem naar bloem voor het verzamelen van nectar en stuifmeel. De bijen zorgen daarmee voor bestuiving, de overdracht van de stuifmeelkorrels uit de meeldraden, de mannelijke zaadcellen, van de ene bloem naar de vrouwelijke stamper waarin de eicellen liggen van een andere bloem van dezelfde soort. Er is sprake van bevruchting als de zaadcellen versmelten met de eicellen waarna zich zaden ontwikkelen.
Voor de meeste planten is kruisbestuiving heel belangrijk omdat er door de menging van het genetisch materiaal van twee verschillende ouderplanten meer variatie is en minder kans op inteelt dat zwakkere planten oplevert. Daar bijen hun larven met stuifmeel en nectar verzorgen en veel bloemen moeten bezoeken en daarbij bloemvast zijn, zijn zij de belangrijkste bestuivers. Er is sprake van een wederzijdse afhankelijkheid tussen bloemen en bijen: zonder bijen geen fruit,