Ontstaan koningin, dar of werkbij
Jump to navigation
Jump to search
- De dar heeft 16 chromosomen
- Werkbijen en koninginnen zijn genetisch identiek.
- De werkbij en koningin hebben er 32
- Voordat de koningin een eitje legt, meet ze de celgrootte met haar voorpoten.
- De celgrootte bepaalt of er een bevrucht of onbevrucht eitjes wordt gelegd.
- Grote cel -> Geen sperma -> Dar
- Als werkbijen eitjes leggen -> Dar
- Kleine cel -> Wel sperma -> Kans op werkbij bij bevruchting.
- Veel voedsel (Koninginnengelei)? -> Kans op koningin
- Anders een werkbij
- Larven in werkstercellen (kleine cellen) krijgen 3 dagen voedersap
- Daarna mengsel van voedersap, honing en stuifmeel
Dood koningin
- Werksterlarven hebben kans om koningin te worden door ze te voeren met koninginnengelei
- Horizontale werkbij cellen worden omgebouwd tot verticale koninginnencellen.