Difference between revisions of "Dracht"

From knowledgebase
Jump to navigation Jump to search
Line 7: Line 7:
  
 
Tuinen, straten met bomen zoals linde, esdoorn en paardenkastanje, kerkhoven, parken in de stad bieden vaak meer dracht dan agrarische gebieden met bloemloze graslanden, kale maisakkers of aardappelvelden.
 
Tuinen, straten met bomen zoals linde, esdoorn en paardenkastanje, kerkhoven, parken in de stad bieden vaak meer dracht dan agrarische gebieden met bloemloze graslanden, kale maisakkers of aardappelvelden.
 +
 +
Wilg in het vroege voorjaar, en fruitboomgaarden of koolzaadvelden in het late voorjaar leveren als het weer mee zit veel honing op. In de zomer zijn linden, bramen, distels en mosterd belangrijk. In het najaar zijn asters en klimop goede dracht­bronnen.
 +
Deze drachtbronnen zijn niet alleen van belang voor honingbijen, maar ook voor solitaire bijen en hommels, als ook voor allerlei andere insecten zoals vlinders, parasitaire wespen en muggen. Nu het milieu zoveel ongun­stiger is voor het voortbestaan van veel insecten, dringt zich meteen de vraag op of bijenvolken met zijn tien­duizenden werkbijen andere insecten bedreigen in hun bestaan vanwege voedselconcurrentie.
  
 
* [[Vroege voorjaarsbloeiers]]
 
* [[Vroege voorjaarsbloeiers]]

Revision as of 18:04, 4 March 2023

Voor honingbijen zijn planten die stuifmeel en nectar leveren, de zogenaamde drachtplanten, van voorjaar tot najaar van levensbelang. Honingbijen vliegen meestal tot ongeveer 3 km ver voor het verzamelen van stuifmeel en nectar.

Maar er zijn ook waarnemingen dat bijen bij een rijke dracht nectar verzamelen van drachtbronnen tot op wel 8 km van de bijen­woning verwijderd.

Voor een imker is het van belang om te weten wat er binnen een straal van 3 km van de bijenvolken aan drachtplanten staat. Bomen kunnen makkelijker aan de behoefte van de bijen voldoen dan één- of tweejarige planten tenzij zij in grote velden staan.

Tuinen, straten met bomen zoals linde, esdoorn en paardenkastanje, kerkhoven, parken in de stad bieden vaak meer dracht dan agrarische gebieden met bloemloze graslanden, kale maisakkers of aardappelvelden.

Wilg in het vroege voorjaar, en fruitboomgaarden of koolzaadvelden in het late voorjaar leveren als het weer mee zit veel honing op. In de zomer zijn linden, bramen, distels en mosterd belangrijk. In het najaar zijn asters en klimop goede dracht­bronnen. Deze drachtbronnen zijn niet alleen van belang voor honingbijen, maar ook voor solitaire bijen en hommels, als ook voor allerlei andere insecten zoals vlinders, parasitaire wespen en muggen. Nu het milieu zoveel ongun­stiger is voor het voortbestaan van veel insecten, dringt zich meteen de vraag op of bijenvolken met zijn tien­duizenden werkbijen andere insecten bedreigen in hun bestaan vanwege voedselconcurrentie.