Difference between revisions of "De voortplanting met de zwermtijd"
| Line 49: | Line 49: | ||
==Vermijden zwermen== | ==Vermijden zwermen== | ||
Een imker probeert het zwermen te voorkomen. Zwermen kunnen voor overlast zorgen en daarnaast is de imker een | Een imker probeert het zwermen te voorkomen. Zwermen kunnen voor overlast zorgen en daarnaast is de imker een | ||
| − | deel van de bijen kwijt. De imker maakt een kunstzwerm naar analogie van het vertrek van de voorzwerm. Hij haalt de oude koningin met een deel van de bijen weg en plaatst ze in een· nieuwe kast. De kunstzwerm die de imker maakt is meestal veel kleiner dan de natuurlijke voorzwerm. In het achtergebleven vrij grote volk zal een jonge koningin uitkomen. Die kan komen uit een [[Zwermcel]], of, als die er niet waren, uit een opgetrokken op een werksterlarfje. | + | deel van de bijen kwijt. De imker maakt een [[Kunstzwerm|kunstzwerm]] naar analogie van het vertrek van de voorzwerm. Hij haalt de oude koningin met een deel van de bijen weg en plaatst ze in een· nieuwe kast. De kunstzwerm die de imker maakt is meestal veel kleiner dan de natuurlijke voorzwerm. In het achtergebleven vrij grote volk zal een jonge koningin uitkomen. Die kan komen uit een [[Zwermcel]], of, als die er niet waren, uit een opgetrokken op een werksterlarfje. |
Om een nazwerm te voorkomen zorgt de imker dat er geen kwakers zijn, d.w.z hij haalt alle moercellen weg zodat er | Om een nazwerm te voorkomen zorgt de imker dat er geen kwakers zijn, d.w.z hij haalt alle moercellen weg zodat er | ||
Revision as of 19:54, 8 March 2023
Contents
Ontwikkelen darren
De activiteiten die leiden tot voortplanting beginnen ongeveer zes weken na het begin van de voorjaarsontwikkeling met het bouwen en beleggen van grote cellen voor Darrenbroed. Voorwaarde is wel dat het volk voldoende groot is. Het volk kweekt honderden darren op die later proberen te paren met jonge koninginnen uit andere volken wat maar een enkele dar zal lukken.
Volk groeit niet meer
Door de groei en de voorraden stuifmeel en honing zijn er zo langzamerhand nog maar weinig lege cellen te vinden voor nog meer eitjes. De grens van de grootte van het broed nest en de groei is bereikt. Er hoeven steeds minder larfjes gevoed te worden en er zijn daardoor steeds minder werksters die zich daarmee uitputten. Ook als de imker op dit moment in de ontwikkeling extra raten zou geven, zal de koningin deze nauwelijks nog voorzien van eitjes omdat ze inmiddels door de werksters minder gevoed wordt en minder eitjes kan leggen. Ook heeft ze hierdoor gewicht verloren.
Er komen steeds meer jonge bijen in het volk die geen broed verzorgen en daardoor wat langer levende bijen worden. Doordat het volk vol zit met bijen wordt de koninginnenstof moeilijker verspreid over de werksters en komen ze minder onder invloed van de koningin. De eerste tekenen daarvan zijn de speeldopjes die werksters aan het rand van het broed nest aanzetten, gevolgd door het verder uitbouwen van sommige speeldoppen tot zwermcellen.
Bouw speeldoppen
De bouw van de eerste speeldoppen gebeurt ongeveer drie weken na het beleggen van darrencellen. Als door slecht weer alle bijen thuis blijven bemoeilijkt dat de verspreiding van de koninginnenstof nog meer en is dat een extra stimulans om zwermcellen aan te gaan zetten. Gepoetste zwermcellen worden door de koningin belegd en de larfjes zullen tot nieuwe koninginnen opgekweekt worden.
Zwermen
In een gebied met gelijke weers- en drachtomstandigheden zullen darren en jonge koninginnen uit alle bijenvolken in die omgeving ongeveer tegelijkertijd geslachtsrijp zijn. Er kan gepaard worden. Voordat het zover is komt in het volk het zwerm proces op gang waarbij het volk zich in delen opsplitst
- voorzwerm
- nazwerm(en)
- en in de kast achterblijvend volk.
De eerste splitsing gebeurt zodra de eerste Zwermcel sluit. Ongeveer de helft van de bijen vertrekt met de oude, afgeslankte koningin uit het volk in een zwerm. Deze zwerm wordt Voorzwerm genoemd.
Tuters en kwakers
In het achtergebleven volk zal na een week de eerste jonge koningin uit de zwermcel komen. Zij zal een tutend geluid maken door vibratie van haar vliegspieren. De jonge koninginnen die nog in de zwermcel zitten reageren met een geluid dat lijkt op kwaken. Als een Tuter een Kwaker hoort, en het volk groot genoeg is, dan kan deze jonge koningin (mogelijk samen met enkele kwakers) met wederom ongeveer de helft van het volk de bijenwoning verlaten met de zogenaamde nazwerm.
Tweede nazwerm
In uitzonderlijke gevallen kan er zelfs een tweede nazwerm komen. In een nazwerm met meerdere koninginnen (de tuter met enkele kwakers), zullen de koninginnen met elkaar vechten totdat er nog een koningin over is.
Paring
Na ongeveer 5 dagen zal de jonge koningin op bruidsvlucht gaan en paren met ongeveer 20 darren. Na een paar dagen zal de jonge, bevruchte koningin beginnen met het leggen van eitjes en zal zich een nieuw broednest ontwikkelen. Na het vertrek van de nazwerm zijn er in het volk nog zwermcellen aanwezig met daarin jonge koninginnen in diverse stadia van ontwikkeling.
Einde zwermtijd
Als het bijenvolk niet meer 'wil' zwermen, zal de jonge koningin die het eerst uit deze overgebleven zwermcellen geboren wordt, de nog in de zwermcellen aanwezige andere koninginnen doden.
Risico
In onze streken is slecht weer en gebrek aan drachtplanten het grootste risico voor zwermen. Ze kunnen dan nauwelijks voldoende voedsel verzamelen om de dagelijkse behoefte mee te dekken, laat staan dat ze een wintervoorraad honing aan kunnen leggen. De kans is dan heel groot dat ze verhongeren wat vaak gebeurt als ze niet door een imker gehuisvest worden. Vandaar dat er in Nederland weinig in het wild levende bijenvolken zijn. Het komt ook voor dat bijenvolken in de zwermtijd niet gaan zwermen omdat ze bijvoorbeeld te klein zijn, of geen voorraden stuifmeel of honing hebben. In zulke gevallen is de zwermtijd toch een typerende periode waarin de grootte van het broed nest afneemt omdat de koningin minder eitjes gaat leggen. Soms stopt ze daar zelfs tijdelijk mee. Na enige tijd wordt er weer opnieuw een mooi broed nest opgebouwd waarmee de zomer en herfstontwikkeling inzet.
Vermijden zwermen
Een imker probeert het zwermen te voorkomen. Zwermen kunnen voor overlast zorgen en daarnaast is de imker een deel van de bijen kwijt. De imker maakt een kunstzwerm naar analogie van het vertrek van de voorzwerm. Hij haalt de oude koningin met een deel van de bijen weg en plaatst ze in een· nieuwe kast. De kunstzwerm die de imker maakt is meestal veel kleiner dan de natuurlijke voorzwerm. In het achtergebleven vrij grote volk zal een jonge koningin uitkomen. Die kan komen uit een Zwermcel, of, als die er niet waren, uit een opgetrokken op een werksterlarfje.
Om een nazwerm te voorkomen zorgt de imker dat er geen kwakers zijn, d.w.z hij haalt alle moercellen weg zodat er alleen een tuter is die nu in het volk blijft. Om te zorgen dat hij op het juiste moment handelt zal de imker op de dag dat de kunstzwerm gemaakt wordt alle zwermcellen wegbreken. De werksters zullen vervolgens op heel jonge werksterlarfjes redcellen maken. Op de 13e dag na het maken van de kunstzwerm zal de eerste koningin (die gaat tuten) uitgekomen zijn, en kan de imker de rest van de Redcel weghalen. Zie handboek praktijk les 5 over doppen breken en jonge moeren in laten lopen.
Er zijn bijenrassen die minder snel zwermen. Ook selectie door imkers kan zorgen voor minder zwermgedrag. Naast het maken van een kunstzwerm zijn er ook nog andere methoden voor zwermregulering.
Onderdeel van de Jaarcyclus