Difference between revisions of "De overwintering"
| (9 intermediate revisions by the same user not shown) | |||
| Line 1: | Line 1: | ||
| − | == | + | ==Winternest== |
[[File:17graden november.jpg|250px|thumb|right]] | [[File:17graden november.jpg|250px|thumb|right]] | ||
| − | [[File:Min10 december.jpg|250px|thumb|right]] | + | [[File:Min10 december.jpg|250px|thumb|right|Hetzelfde volk bij een verschillende buitentemperatuur. Op 16 november zijn op alle ramen bijen te vinden bij een buiten temperatuur van 17°C. Op 16 december is het buiten -10°C en zit hetzelfde volk dicht bij elkaar in een tros.]] |
| + | De overwintering begint als in November de koningin stopt met eitjes leggen. In de wintertijd is het 'binneren', en de bijen kruipen dicht tegen elkaar aan. | ||
| + | |||
| + | ===Bolvormige tros om warm te blijven=== | ||
Naarmate het kouder wordt kruipen de bijen dichter en dichter bij elkaar in een bolvormige tros. Bijen verkleumen als de temperatuur onder de 12°C daalt. Om niet om te komen van de kou, moeten de bijen warmte produceren. Dat doen de werksters door de vliegspieren in het borststuk te activeren. Spieractiviteit levert warmte, met honing/suiker als brandstof. De temperatuur in de tros hoeft niet zo constant te zijn als de temperatuur van het broed nest in de zomer. In het midden van de tros is het ongeveer 18-32°C. De mantel van bijen aan de buitenkant van de tros werkt isolerend. In die mantel daalt de temperatuur niet onder de 12°C. Buiten de tros is de temperatuur ongeveer gelijk aan de buitentemperatuur. Het kan dus vriezen in de bijenwoning op plaatsen waar geen bijen zitten. | Naarmate het kouder wordt kruipen de bijen dichter en dichter bij elkaar in een bolvormige tros. Bijen verkleumen als de temperatuur onder de 12°C daalt. Om niet om te komen van de kou, moeten de bijen warmte produceren. Dat doen de werksters door de vliegspieren in het borststuk te activeren. Spieractiviteit levert warmte, met honing/suiker als brandstof. De temperatuur in de tros hoeft niet zo constant te zijn als de temperatuur van het broed nest in de zomer. In het midden van de tros is het ongeveer 18-32°C. De mantel van bijen aan de buitenkant van de tros werkt isolerend. In die mantel daalt de temperatuur niet onder de 12°C. Buiten de tros is de temperatuur ongeveer gelijk aan de buitentemperatuur. Het kan dus vriezen in de bijenwoning op plaatsen waar geen bijen zitten. | ||
| + | ===Bijen bewegen naar de honing=== | ||
| + | De tros houdt contact met de [[Honingvoorraden]]. Bijen aan de rand van de tros, de mantel bijen, nemen honing/suiker op en verplaatsen zich naar het centrum van de tros. Bijen uit het centrum gaan naar de rand en zo komen alle bijen aan de beurt. Doordat bijen steeds honing/suiker opnemen slinkt de voorraad en moet de bijentros zich verplaatsen om in contact te blijven met de honingvoorraad. Voor een gezond bijenvolk is een strenge winter geen probleem. Bij het opnemen en verbranden van deze suikers ontstaan water en koolzuur. Koolzuur verdwijnt in de atmosfeer, als ook het water. Het water kan echter ook aan de binnenkant van de kast condenseren. | ||
| + | |||
| + | ==Reinigingsvlucht== | ||
| + | In honing kunnen vaste afvalstoffen zitten die in het darmkanaal achterblijven. De bijen slaan die op in hun [[Endeldarm]]. Als de bijen door lage buitentemperaturen het volk niet kunnen verlaten om zich buiten te ontlasten, hoopt het afval zich in de elastische endeldarm op. | ||
| + | |||
| + | Wanneer er dan na een langere periode van kou aan het einde van de winter een mooie dag aanbreekt, gaan de bijen massaal naar buiten om zich te ontlasten. Dit verschijnsel staat bekend onder de naam reinigingsvlucht. In zachte winters daarentegen is er altijd wel een moment met een voldoende hoge buitentemperatuur om zich buiten de bijenwoning te ontlasten en is er geen duidelijke reinigingsvlucht waarneembaar. | ||
| + | |||
| + | ===Lange winter=== | ||
| + | Als het koude weer lang aanhoudt kan de endeldarm overbelast raken. Bijen ontlasten zich dan in de bijenwoning. Als dat massaal gebeurt spreekt de imker van roer. Dat kan zulke ernstige vormen aannemen dat het bijenvolk eraan ten onder gaat. | ||
| + | |||
| + | ===Natuurlijke dood=== | ||
| + | Gedurende de winter wordend de meeste bijenvolken kleiner doordat bijen een natuurlijke dood sterven. Voor gezonde bijenvolken is dit geen probleem. Stervende bijen verlaten het volk als het niet te koud is, anders vallen ze op de bodem van de bijenwoning. Zo gauw de temperatuur het toelaat brengen werksters de dode bijen naar buiten. Het is niet ongewoon als een kwart van het volk sterft. In zachte winters is het verlies aan bijen minder. | ||
| + | |||
| + | ===Broedstop=== | ||
| + | Vanaf half november is er in de meeste bijenvolken geen broed meer aanwezig. In januari ontstaat er vaak weer een klein broednest in het volk. Net als bij het stoppen met broeden zijn er hierbij ook grote verschillen tussen volken in het moment waarop de koningin begint met eitjes leggen. Dat kleine broed nestje wordt door de bijen op een temperatuur van 34,5° gehouden. De temperatuur in de tros daar omheen neemt naar buiten toe af. Dat broed nest blijft klein totdat de voorjaarsdracht begint. | ||
| + | |||
| + | ==Verbruik van voer in de winter== | ||
| + | [[File:Winterbroednest.jpg|450px|thumb|right|Een winterbroednest. Een beetje open en gesloten broed. De regelmaat van eitjes, larjjes, broed zien we hier nog niet. Het bijenvolk houdt zo'n broednestje aan in afwachting van een weersverbetering. Hogere temperaturen in combinatie met dracht is voor het bijenvolk het signaal vol in te zetten op de voorjaarsontwikkeling.]] | ||
| + | |||
| + | In de maanden november, december, januari, februari gebruikt het bijenvolk ongeveer 100-125 gram suiker per week. In het voorjaar met het groeiende broed nest 200-300 gram per week. Grotere volken hebben meer suiker nodig dan kleine volken. Een bijenvolk heeft ongeveer 15 kg honing/ suikervoorraad voor de winterperiode nodig. | ||
| + | Onderdeel van de [[Jaarcyclus]] | ||
[[category:Imkercursus]][[category:De jaarcyclus]][[category:De jaarcyclus - Hoofdstuk 4]] | [[category:Imkercursus]][[category:De jaarcyclus]][[category:De jaarcyclus - Hoofdstuk 4]] | ||
Latest revision as of 19:09, 8 March 2023
Contents
Winternest
De overwintering begint als in November de koningin stopt met eitjes leggen. In de wintertijd is het 'binneren', en de bijen kruipen dicht tegen elkaar aan.
Bolvormige tros om warm te blijven
Naarmate het kouder wordt kruipen de bijen dichter en dichter bij elkaar in een bolvormige tros. Bijen verkleumen als de temperatuur onder de 12°C daalt. Om niet om te komen van de kou, moeten de bijen warmte produceren. Dat doen de werksters door de vliegspieren in het borststuk te activeren. Spieractiviteit levert warmte, met honing/suiker als brandstof. De temperatuur in de tros hoeft niet zo constant te zijn als de temperatuur van het broed nest in de zomer. In het midden van de tros is het ongeveer 18-32°C. De mantel van bijen aan de buitenkant van de tros werkt isolerend. In die mantel daalt de temperatuur niet onder de 12°C. Buiten de tros is de temperatuur ongeveer gelijk aan de buitentemperatuur. Het kan dus vriezen in de bijenwoning op plaatsen waar geen bijen zitten.
Bijen bewegen naar de honing
De tros houdt contact met de Honingvoorraden. Bijen aan de rand van de tros, de mantel bijen, nemen honing/suiker op en verplaatsen zich naar het centrum van de tros. Bijen uit het centrum gaan naar de rand en zo komen alle bijen aan de beurt. Doordat bijen steeds honing/suiker opnemen slinkt de voorraad en moet de bijentros zich verplaatsen om in contact te blijven met de honingvoorraad. Voor een gezond bijenvolk is een strenge winter geen probleem. Bij het opnemen en verbranden van deze suikers ontstaan water en koolzuur. Koolzuur verdwijnt in de atmosfeer, als ook het water. Het water kan echter ook aan de binnenkant van de kast condenseren.
Reinigingsvlucht
In honing kunnen vaste afvalstoffen zitten die in het darmkanaal achterblijven. De bijen slaan die op in hun Endeldarm. Als de bijen door lage buitentemperaturen het volk niet kunnen verlaten om zich buiten te ontlasten, hoopt het afval zich in de elastische endeldarm op.
Wanneer er dan na een langere periode van kou aan het einde van de winter een mooie dag aanbreekt, gaan de bijen massaal naar buiten om zich te ontlasten. Dit verschijnsel staat bekend onder de naam reinigingsvlucht. In zachte winters daarentegen is er altijd wel een moment met een voldoende hoge buitentemperatuur om zich buiten de bijenwoning te ontlasten en is er geen duidelijke reinigingsvlucht waarneembaar.
Lange winter
Als het koude weer lang aanhoudt kan de endeldarm overbelast raken. Bijen ontlasten zich dan in de bijenwoning. Als dat massaal gebeurt spreekt de imker van roer. Dat kan zulke ernstige vormen aannemen dat het bijenvolk eraan ten onder gaat.
Natuurlijke dood
Gedurende de winter wordend de meeste bijenvolken kleiner doordat bijen een natuurlijke dood sterven. Voor gezonde bijenvolken is dit geen probleem. Stervende bijen verlaten het volk als het niet te koud is, anders vallen ze op de bodem van de bijenwoning. Zo gauw de temperatuur het toelaat brengen werksters de dode bijen naar buiten. Het is niet ongewoon als een kwart van het volk sterft. In zachte winters is het verlies aan bijen minder.
Broedstop
Vanaf half november is er in de meeste bijenvolken geen broed meer aanwezig. In januari ontstaat er vaak weer een klein broednest in het volk. Net als bij het stoppen met broeden zijn er hierbij ook grote verschillen tussen volken in het moment waarop de koningin begint met eitjes leggen. Dat kleine broed nestje wordt door de bijen op een temperatuur van 34,5° gehouden. De temperatuur in de tros daar omheen neemt naar buiten toe af. Dat broed nest blijft klein totdat de voorjaarsdracht begint.
Verbruik van voer in de winter
In de maanden november, december, januari, februari gebruikt het bijenvolk ongeveer 100-125 gram suiker per week. In het voorjaar met het groeiende broed nest 200-300 gram per week. Grotere volken hebben meer suiker nodig dan kleine volken. Een bijenvolk heeft ongeveer 15 kg honing/ suikervoorraad voor de winterperiode nodig.
Onderdeel van de Jaarcyclus
