Difference between revisions of "Ontstaan koningin, dar of werkbij"
Jump to navigation
Jump to search
| Line 2: | Line 2: | ||
* De dar heeft 16 chromosomen | * De dar heeft 16 chromosomen | ||
| + | * Werkbijen en koninginnen zijn genetisch identiek. | ||
* De werkbij en koningin hebben er 32 | * De werkbij en koningin hebben er 32 | ||
* Voordat de koningin een eitje legt, meet ze de celgrootte met haar voorpoten. | * Voordat de koningin een eitje legt, meet ze de celgrootte met haar voorpoten. | ||
* De celgrootte bepaalt of er een bevrucht of onbevrucht eitjes wordt gelegd. | * De celgrootte bepaalt of er een bevrucht of onbevrucht eitjes wordt gelegd. | ||
| − | |||
* Grote cel -> Geen sperma -> Dar | * Grote cel -> Geen sperma -> Dar | ||
| + | * Als werkbijen eitjes leggen -> Dar | ||
* Kleine cel -> Wel sperma -> Kans op werkbij bij bevruchting. | * Kleine cel -> Wel sperma -> Kans op werkbij bij bevruchting. | ||
* Veel voedsel ([[Koninginnengelei]])? -> Kans op koningin | * Veel voedsel ([[Koninginnengelei]])? -> Kans op koningin | ||
* Anders een werkbij | * Anders een werkbij | ||
| + | |||
| + | * Larven in werkstercellen (kleine cellen) krijgen 3 dagen voedersap | ||
| + | * Daarna mengsel van voedersap, honing en stuifmeel | ||
| + | |||
| + | ===Dood koningin=== | ||
| + | * Werksterlarven hebben kans om koningin te worden door ze te voeren met koninginnengelei | ||
| + | * Horizontale werkbij cellen worden omgebouwd tot verticale koninginnencellen. | ||
[[category:Imkercursus]][[category:Honingbij en bijenvolk]][[category:Honingbij en bijenvolk - Hoofdstuk 2]][[category:Biology van de honingbij]] | [[category:Imkercursus]][[category:Honingbij en bijenvolk]][[category:Honingbij en bijenvolk - Hoofdstuk 2]][[category:Biology van de honingbij]] | ||
Revision as of 14:42, 18 February 2023
- De dar heeft 16 chromosomen
- Werkbijen en koninginnen zijn genetisch identiek.
- De werkbij en koningin hebben er 32
- Voordat de koningin een eitje legt, meet ze de celgrootte met haar voorpoten.
- De celgrootte bepaalt of er een bevrucht of onbevrucht eitjes wordt gelegd.
- Grote cel -> Geen sperma -> Dar
- Als werkbijen eitjes leggen -> Dar
- Kleine cel -> Wel sperma -> Kans op werkbij bij bevruchting.
- Veel voedsel (Koninginnengelei)? -> Kans op koningin
- Anders een werkbij
- Larven in werkstercellen (kleine cellen) krijgen 3 dagen voedersap
- Daarna mengsel van voedersap, honing en stuifmeel
Dood koningin
- Werksterlarven hebben kans om koningin te worden door ze te voeren met koninginnengelei
- Horizontale werkbij cellen worden omgebouwd tot verticale koninginnencellen.